Can Ince
Can Ince
Can Ince is op het jaarlijkse congres van de European Society of Intensive Care Medicine (ESICM) in München benoemd tot erelid van de vereniging. Hij is pas de derde Nederlander die deze eer toekomt. De fysioloog met een achtergrond in de elektrotechniek bouwt al ruim veertig jaar bruggen tussen techniek en Intensive Care geneeskunde. De Intensivist stelde hem vijf vragen.
Wat betekent het erelidmaatschap van de ESICM voor u?
‘Het voelt als de kroon op mijn werk. In de jaren zeventig verliet ik de lucratieve wereld van de elektrotechniek en richtte me op de geneeskunde. Vanuit mijn natuurkundige en technische achtergrond keek ik naar het menselijk lichaam als een fascinerend samenspel van moleculen, cellen en orgaansystemen, een heel complex regelsysteem. Mijn overtuiging was dat de geneeskunde niet vanzelf naar de techniek en fysiologie zou komen, dus moest ik die kant op. Via de celfysiologie en immunologie kwam ik bij de IC terecht. Daar kwam het allemaal samen. Ik had me voorgenomen om de wetenschap naar het bed te brengen. Dit erelidmaatschap bevestigt dat dit de juiste keuze was.’
Waarom is fysiologische kennis zo belangrijk aan het IC-bed?
‘Elke arts heeft een fysiologische verwachting in zijn of haar hoofd wanneer er een behandelbeslissing wordt genomen. Maar wat ontbreekt is de fysiologische feedback, weten of die behandeling daadwerkelijk doet wat je verwacht. Er wordt te weinig en te laat gemeten. Acuut nierfalen ontwikkelt zich binnen uren, maar creatinine wordt maar eenmaal per dag bepaald.’
Waar bent u het meest trots op in uw carrière?
‘Dat ik de microcirculatie naar het IC-bed heb kunnen brengen. In de jaren tachtig ontdekten we dat je een volledig afwijkende microcirculatie kon hebben terwijl alle macrohemodynamische parameters normaal waren. Dat is de definitie van shock sinds 1920: het onvermogen van weefsels om zuurstof te extraheren. Ik heb mijn carrière besteed aan het ontwikkelen van apparatuur om dit zichtbaar en toegankelijk te maken. Celfysiologie aan het bed, dat is mijn bijdrage.
Wat is uw advies aan jonge intensivisten?
‘Neem tijd voor serieuze wetenschap. Niet het uitvoeren van protocollen, maar echt uitzoeken hoe het zit. Een hypothese hebben, die testen met experimenten en de hypothese aannemen of verwerpen. Er bestaat geen negatieve studie. Wetenschap leert je gestructureerd nadenken en dat kun je toepassen aan het bed. Een promovendus zei ooit: "Een wetenschappelijk arts doet er langer over, maar begrijpt het beter." Dat vat het mooi samen.’
Hoe kijkt u aan tegen de toekomst van intensive care geneeskunde?
‘Met zorg. Twintig jaar geleden zag je op congressen nieuwe technieken en innovatie. Nu alleen big data, AI en Kaplan-Meier curves. De belangstelling om fysiologisch te begrijpen hoe het werkt, is verdwenen. We doen steeds dezelfde trials en verwachten andere resultaten. Daarom pleitte ik ervoor dat de ESICM een podium blijft bieden aan ervaren oudere clinici, naast de aandacht voor de jongere generatie. Zij kennen de geschiedenis en kunnen voorkomen dat we het wiel steeds opnieuw uitvinden.’
