De lange dienst
Detectivewerk in een jungle aan designerdrugs
Inhoud:

    Auteur(s):

    Matthijs Kox

    De lange dienst

    Detectivewerk in een jungle aan designerdrugs

    Lange dienst: Stef Bouman

    Tijdens de zomermaanden verruilt Stef Bouman (33), anesthesioloog in opleiding, regelmatig het ziekenhuis voor een festivalterrein. Niet als bezoeker, maar als arts bij Event Medical Service (EMS), marktleider in medische evenementenzorg. Sinds april 2025 is hij ook Medisch Manager Ambulancezorg in de regio Gelderland-Zuid. Hij zag in ruim tien jaar de zorg rondom festivals professionaliseren, maar ook het middelengebruik veranderen. De Intensivist zocht hem op voor een interview.

    Hoe ben je bij EMS terecht gekomen?

    “Tijdens mijn studie geneeskunde werkte ik in de weekenden op festivals als EHBO’er. Na mijn afstuderen werd het serieuzer: als arts heb je een andere verantwoordelijkheid op zo’n festival. Door mijn opleiding tot specialist werk ik nog maar op zo’n drie tot zes festivals per jaar als arts. Daarnaast geef ik onderwijs op het gebied van gezondheidsproblemen door partydrugs voor ambulancepersoneel, ziekenhuismedewerkers en huisartsen. Het is een mooie afwisseling met mijn werk in het ziekenhuis.”

    Wat voor zorgvragen kom je tegen op een festival?

    “Het overgrote deel is gelukkig laagcomplex. De getallen van 2024 laten zien dat 86 procent van de bezoekers die we zien EHBO-klachten heeft: blaren, verstuikte enkels, snijwonden, hoofdpijn of duizeligheid. Vaak met een pleister, paracetamol of geruststelling verder dus. Zo’n kleine 20 procent komt met middelen-gerelateerde klachten. Die variëren van milde klachten zoals angst of misselijkheid, tot ernstige intoxicaties. De absolute festivalgerelateerde zorgvraag stijgt overigens hard. Dat komt omdat er veel meer festivals zijn en de bezoekersaantallen per festival toenemen.”

    Is het drugsgebruik door de jaren heen veranderd?

    “Die 20% blijft redelijk stabiel maar de soorten middelen zijn zeker veranderd. In 2012 zag je vooral MDMA en speed. Nu is er een hele jungle aan designerdrugs: nieuwe stoffen die sterk lijken op bestaande middelen, maar chemisch net anders zijn en daardoor (nog) niet verboden. Voorbeelden hiervan zijn varianten op 3- en 4-MMC. Die variatie maakt het klinisch uitdagend: iemand noemt een naam die je nog nooit gehoord hebt, en dan moet je snel inschatten of het bijvoorbeeld iets serotonergs, noradrenergs of dopaminergs is, en wat de risico’s zijn. Vaak zijn het niet eens stofnamen, maar termen als 'molly' of 'wiebertje'. Dan ga ik op internet zoeken wat er bekend is. De variëteit aan middelen is zó groot is geworden dat het soms op detectivewerk lijkt om te begrijpen wat iemand gebruikt heeft.”

    Zie je ook andere categorieën middelen dan vroeger?

    “Op de festivals zien we toch vooral de stimulerende middelen, de ‘uppers’. Verder zien we nu ook designer-benzodiazepines en -opiaten die veel potenter zijn dan de klassieke varianten. Die middelen zijn gevaarlijk omdat een minimale dosis al tot ernstige effecten kan leiden. Gelukkig komen die op festivals weinig voor, maar in de maatschappij zie je het gebruik en problemen ervan wel toenemen.”

    Welke middelen veroorzaken de meeste ernstige problemen?

    “Als je puur naar de getallen kijkt is dat GHB. Dat middel heeft een extreem smalle therapeutische breedte: een klein beetje te veel en iemand verliest het bewustzijn, met risico op ademhalingsproblemen of aspiratie. Dit wordt dan geregistreerd als ernstige intoxicatie. Daarnaast is er een hoge verslavingskans. De GHB-intoxicaties hoeven echter niet vaak naar het ziekenhuis. Deze mensen blijven bij ons op de post om daar hun roes uit te slapen en erna verder te kunnen feesten. De stimulerende middelen, zoals amfetamine en MDMA, zijn in dat opzicht risicovoller vanwege het risico op oververhitting, opwindingsdelier en cardiovasculaire effecten. Vooral combinaties van middelen zijn gevaarlijk: overdag meerdere ‘uppers’, ’s nachts benzodiazepines om te slapen, en dan de volgende dag weer stimulerende drugs.”

    Wat voor ernstige intoxicaties kom je dan tegen?

    “Een klassiek beeld is het excited delirium syndrome of opwindingsdelier: een patiënt die volledig ‘aan’ staat, met een hoge hartslag, hoge spierspanning, hypertensie, hyperthermie en extreme agitatie. Dat kan binnen korte tijd levensbedreigend worden, doordat er bijvoorbeeld hypoxemie, hyperthermie, rhabdomyolyse en metabole acidose optreedt. Volgens de literatuur overlijdt wereldwijd 8 tot 10 procent van deze patiënten. In zulke gevallen gaan we meteen over op agressieve koeling, sedatie en vooral transport naar het ziekenhuis. Voor koeling is de goudstandaard onderdompeling in ijswater, maar dat is in de praktijk niet haalbaar. We leggen de patiënt op een draagzeil, wikkelen hem in handdoeken gedrenkt in ijswater en meten voortdurend de temperatuur. Voor sedatie geven midazolam intramusculair conform de landelijke richtlijn. Dan hoop je dat je een situatie krijgt waarin je de patiënt een infuus kunt geven en midazolam intraveneus kunt gaan geven. Zodra de kerntemperatuur daalt, starten we transport naar het ziekenhuis. Vaak bel ik later met de SEH of IC om te horen hoe het is afgelopen. Dat helpt om van de casus te leren.”

    Wat vind je de belangrijkste trends of zorgen van de laatste jaren?

    “De drempel voor middelengebruik is veel lager geworden. Een XTC-pil kost tegenwoordig minder dan een biertje en is vrij eenvoudig verkrijgbaar. Daarnaast lijkt het juridisch bijna ondoenlijk om alle nieuwe designerdrugs te verbieden: verander één molecuul en je hebt een nieuwe, legale stof. Dat maakt het een voortdurende achtervolging voor wetgever en zorg. Wat me vooral zorgen baart, is dat veel gebruikers niet weten wat ze nemen en middelen gaan combineren. Dat maakt het effect onvoorspelbaar.”

    Hoe streng is het beleid op festivals zelf?

    “Alle festivals hanteren ‘zero tolerance’. Alles wat op drugs lijkt, wordt ingenomen. Alleen medicatie op met duidelijke verklaring mag mee naar binnen. Soms nemen wij als medische post medicijnen tijdelijk in bewaring, zodat mensen die bij vertrek weer kunnen ophalen. Belangrijk om nog te vermelden is dat ook bij ons gewoon de wet- en regelgeving rondom beroepsgeheim geldt. Beveiliging of politie heeft in principe niets op onze post te zoeken.”

    Hoe verloopt de samenwerking met ziekenhuizen en IC’s?

    “Formeel hebben we geen directe lijn met de IC van een nabij gelegen ziekenhuis, tenzij er bij eerdere edities incidenten zijn geweest. Wel weten ziekenhuizen vaak dat er een groot evenement in de buurt plaatsvindt en heel soms wordt daar op geanticipeerd qua personele bezetting. We overleggen vooral nauw met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en diens geneeskundig Officier van Dienst en de gemeente over risico’s, personeelsbezetting en medische capaciteit van onze posten. Afhankelijk van de vergunning kan dat variëren van een paar EHBO’ers tot meerdere artsen en volledige ambulance-teams.”

    Zouden intensivisten zich beter kunnen voorbereiden op deze patiëntengroep?

    “Zeker. Ik denk dat er nog te weinig kennis is over de specifieke effecten van verschillende genotsmiddelen op het cardiovasculaire systeem, zoals coronair- of andere vaatspasmen. Een ander voorbeeld is het aanpassen van reanimatiebeleid bij cocaïne- of amfetaminegebruik: standaard adrenaline geven kan in theorie averechts werken, omdat het sympathische systeem nog verder gestimuleerd raakt en zo VF in stand kan houden.”

    Welke lessen uit de “festivalzorg in het veld” neem jij mee naar het ziekenhuis?

    “Op een festival heb je geen CT, geen lab en beperkte medicatie, dus je klinisch redeneren moet scherp zijn. De principes zijn hetzelfde als op de IC of SEH: ABCDE, prioriteiten stellen en samen met het team de beste zorg voor de patiënt organiseren. Dat is soms in het ziekenhuis en meestal gewoon bij ons op de post, omdat het gelukkig vaak niet nodig is naar een ziekenhuis te gaan. Dat te doen in een omgeving vol herrie, scherpt je als arts.”

    Je geeft ook onderwijs over dit onderwerp, toch?

    “Ja, samen met collega’s geef ik scholingen over partydrugs en acute toxicologie. De belangstelling is groot, het onderwerp leeft. Mensen zien steeds vaker intoxicaties, niet alleen op festivals maar ook op straat en in het ziekenhuis. Inzicht in de farmacologie helpt enorm bij het herkennen en behandelen.”

    Wat leer jij persoonlijk van dit werk?

    “Het is een unieke werkomgeving. Je moet improviseren, onder druk samenwerken en tegelijk klinisch scherp blijven. Je ziet jonge mensen soms in acute nood. Sommigen zeggen wel eens ‘Dat is door eigen toedoen’, maar dat maakt het niet minder heftig. Ik heb in dertien jaar gelukkig maar een paar overlijdens meegemaakt, maar die blijven je wel bij. Het motiveert om de zorg op evenementen elke keer een stukje beter te organiseren.”