Wat zie ik?
Externe pacing 
Inhoud:

    Auteur(s):

    Johan Lindhout, Jeroen Janson

    Afdeling Intensive Care, Leids Universitair Medisch Centrum, Universiteit Leiden, Leiden

    Correspondentie:

    J.Lindhout - j.w.n.lindhout@lumc.nl
    Wat zie ik?

    Externe pacing 

    In 2026 start De Intensivist met een serie over externe pacing. Daarin beschrijven we veelvoorkomende problemen met externe pacing. We behandelen basisprincipes, verschillende modi en troubleshooting. Iedere aflevering bevat een vraag: Wat zie ik? Het antwoord vindt u online. In dit nummer daarvan vast een voorproefje.

    Casus

    Stel, een man van 72 jaar presenteert zichzelf op de Spoedeisende Hulp (SEH) met dyspneu en pijn op de borst. Een snelle beoordeling van deze patiënt geeft de volgende bevindingen. De luchtweg is vrij, zijn SpO2 is 90% zonder zuurstoftoediening, en aan het feit dat er sprake is van een versnelde en steunende ademhaling van 22/min is te zien dat er sprake is van verhoogde ademarbeid. Er zijn beiderzijds crepitaties hoorbaar. De hartfrequentie wisselt tussen de 40-70/min, de bloeddruk is 85/40mmHg en de capillairy refill 4 sec. Op het ECG is wisselende AV-geleiding zichtbaar waarbij er 1:1 geleiding zichtbaar is, maar ook episodes hooggradig AV-blok. Meneer is adequaat maar angstig.

    De werkdiagnose die gesteld wordt is decompensatio cordis op basis van AV-geleidingsstoornissen, waarvoor een pacemakerimplantatie wordt gepland. Voor het acute moment wordt een tijdelijke transveneuze pacemakerelektrode geplaatst waarmee VVI-pacing wordt toegepast. De instellingen zijn als volgt:

    Modus VVI
    Frequentie 45/min
    Ventriculaire output 3mA
    Ventriculaire sensitiviteit 4mV

     

    Vraag:

    Een aantal uren na start VVI-pacing treedt onregelmatige pacing op. Van welk fenomeen is hier sprake?

     

    __________________________

    Antwoord:

    Zoals in de casus staat is er sprake van wisselende AV-geleidingsstoornissen, waarbij er episodes van normale geleiding zijn. Er is nu sprake van intrinsieke QRS-complexen waardoor de pacemaker niet hoeft in te vallen. Toch valt de pacemaker onterecht in.

    Undersensing

    Dit fenomeen heet undersensing. De pacemaker heeft de intrinsieke QRS-complexen niet gemeten en pacet onterecht. De sensitiviteit moet gevoeliger worden ingesteld door het getal te verlagen (staat op 4mV).
    Het gevaar van undersensing is dat een pacemakerspike tijdens de T-top zorgt voor een ventriculaire hartritmestoornis zoals ventrikeltachycardie of ventrikelfibrillatie.

    Undersensing kan veroorzaakt worden door een foutief ingestelde sensitiviteit (het getal is te hoog), of doordat de pacemakerlead minder goed contact maakt met het myocard. In figuur 2 is dit fenomeen uitgelegd m.b.v. het bekende muurtje.

    Figuur 2 Undersensing uitgelegd m.b.v. het bekende muurtje.