Genees-kunst
Medusa en de gek
Inhoud:

    Auteur(s):

    Floris van den Brink studeerde geneeskunde en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is opgeleid tot cardioloog in London en Nieuwegein en nu als fellow verbonden aan het LUMC.

    Correspondentie:

    F. vd Brink - floris.s.van.den.brink@gmail.com
    Genees-kunst

    Medusa en de gek

    Op 2 juli 1816 strandde de Méduse, een fregat van de Franse marine, op een zandbank voor de kust van Mauritanië. De kapitein van het schip, Hugues Duroy de Chaumareys, had al twintig jaar niet meer serieus gezeild en had via vriendjespolitiek het bevel over het schip gekregen. Het gevolg van de stranding was desastreus. Er waren niet genoeg reddingsboten en 146 mannen en een vrouw trachtten zich te redden op een vlot dat werd voortgetrokken worden door de reddingsboten. De lijnen werden echter al na een paar kilometer doorgesneden. De manschappen hadden alleen wijn meegenomen en al snel braken er vechtpartijen uit. Uiteindelijk zouden slechts vijftien mensen overleven. De rest sterf aan zelfmoord, verdrinking, doodslag en moord. De doden werden opgegeten. Degenen die overleefden waren de moordenaars.

    Het voorval was een blamage voor Frankrijk maar diende tot inspiratie voor het bekendste werk van de Franse schilder Théodore Géricault (Rouen 1791-Parijs 1824). Le Radeau de La Méduse (het vlot van de Medusa), geschilderd tussen 1818 en 1819, is het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Het markeert het begin van de romantiek en is uiteindelijk een van de hoogtepunten uit die periode geworden. De beroemde foto van de ECMO-cannulatie in het Louvre is genomen in de zaal waar dit werk hangt.

    Minder bekend is het werk La Monomane de l'envie, ofwel de monomanie van de jaloezie. Het maakt onderdeel uit van een serie van tien werken die mensen tonen met een geestesziekte. Géricault schilderde het tussen 1819 en 1821 in opdracht van de Franse arts Étienne-Jean Georget. Voordat de psychiatrie echt een vak werd, was deze psychiater avant la lettre het hoofd van het gesticht van het Parijse ziekenhuis La Salpêtrière. De werken, waarvan er nog vijf over zijn, waren uniek in die tijd. Men was gewend aan schilderijen die handelden over medische verrichtingen en artsen maar er was nog nooit een serie portretten gemaakt van mensen met een psychiatrische aandoening. De portretten vallen samen met de voorzichtige start van de psychiatrie. De vrouw zou ziekelijk jaloers zijn en niet in de spiegel kunnen kijken zonder bloeddoorlopen ogen te krijgen en te gaan tandenknarsen en haar handen tot vuisten te ballen. Voltaire schreef over haar dat ze de levenden haatte en de tombe begeerde. Na consultatie van de psychiater in het LUMC kan ziekelijke jaloezie, of het Othello-syndroom, een uiting zijn van een waanstoornis, een eerste uiting zijn van schizofrenie of van een beginnende neurodegeneratieve ziekte zoals parkinson of alzheimer. Mede gezien de met geestesziekten belaste familiegeschiedenis van de schilder kunnen we alleen maar speculeren hoe hij zich gevoeld moet hebben toen hij tegenover haar zat te schilderen. Het maakt het nieuwsgierig naar de vijf verdwenen portretten.

    La Monomane de l'envie, Théodore Géricault, 1822, Musée des Beaux-Arts de Lyon, Frankrijk