Nu even geen braafpraterij
Nu even geen braafpraterij
Nieuwe goede voornemens met een oude strijder column
Welkom in 2026 met een oude strijder column van iemand die wel gelijk had, maar het niet heeft gekregen. Want eerlijk gezegd had ik 25 jaar geleden bij mijn benoeming tot de eerste (kern)hoogleraar intensive care geneeskunde in Nederland, gedacht dat we nu al lang het medisch specialisme IC-geneeskunde zouden hebben. Maar het is verder verwijderd dan 25 jaar geleden. Begin deze eeuw waren er natuurlijk al wel hoogleraren die op de intensive care werkten, maar hun collega’s hadden fijntjes verhinderd dat ze hoogleraar IC-geneeskunde waren. We hadden bijvoorbeeld een “hoogleraar acute interne geneeskunde”, en “bijzonder hoogleraar technology assessment van de intensieve zorg” of “bijzonder hoogleraar in de heelkunde, in het bijzonder de IC-geneeskunde”. Dat trucje liet ik mij niet gebeuren, met bovendien steun van het hoofd van de Heelkunde, professor Haarman. Een kernhoogleraar IC-geneeskunde als voorzitter van de GIC zou vast helpen om te werken richting erkenning van het specialisme dachten we toen nog; zelfs toen de invloedrijke voorzitter van één van de grote wetenschappelijke verenigingen, later vooral bekend vanwege zijn plagiaat in columns die hij schreef, mij persoonlijk had verzekerd alles te zullen doen om het tegen te houden. En terwijl andere opkomende specialismen zoals spoedeisende geneeskunde en sportgeneeskunde er ondertussen wél in slaagden, bleef een eigen specialisme voor de IC-geneeskunde uit, ofschoon aan alle randvoorwaarden werd voldaan. De invloedrijke collega had deze keer dus wél woord gehouden, met hulp van andere grote verenigingen én het harmoniemodel.
Wel lukte het om met wat stevig “fait accompli optreden” alle IC-opleiders als leden van de GIC benoemd te krijgen, tot dan toe zorgvuldig tegengehouden. Maar daarna lieten de intensivisten zich steeds meer de kaas van het brood eten in het kader van het harmoniemodel. Tijdens de Covid-crisis leek het verkrijgen van de erkenning van een zelfstandig specialisme een formaliteit, maar helaas is voor open doel alleen maar een terugspeelballetje naar eigen helft gegeven.
Mijn pleidooi is altijd geweest om te streven naar dubbelspecialisatie, dus zowel anesthesioloog, internist, longarts, chirurg ÉN intensivist naar Zwitsers model; gegeven de huidige situatie waarbij we het aantal IC-patiënten alleen maar zien afnemen, nog steeds een goed idee. Immers, 6 intensivisten die werken op een IC waar 5 IC-patiënten liggen is geen verantwoorde inzet van middelen. Intensivisten en ook IC-verpleegkundigen kunnen heel veel voor patiënten betekenen buiten de IC: op de SEH, verpleegafdeling, OK en zelfs de polikliniek. Dit staat los van het feit dat op de zeer grote IC’s behoefte is aan intensivisten die (bijna) uitsluitend op de IC werken. Voorts zijn intensivisten essentieel voor de (na)scholing in de acute geneeskunde.
Waarom moet IC-geneeskunde een zelfstandig specialisme worden? De kernreden is simpel: jonge toptalenten moeten rechtstreeks voor en door de IC gekozen, en opgeleid kunnen worden. Nu moeten ze eerst een ander specialisme in – en kunnen de belangen van dat basisspecialisme de doorstroming naar IC actief of passief blokkeren. Alles draait immers om “keeping and attracting young talented people”.
Cordialement,