Organisatie van de brandwondenzorg in Nederland
Auteur(s):
De Alliantie Brandwondenzorg Nederland:
Margriet van Baar1,10, Eelke Bosma4,6, Dirk Boer2, Marijn Boer5, Marianne Nieuwenhuis4,12,, Stefan Papendorp8, Anouk Pijpe7,13, Kees van der Vlies1,3,11 en Paul van Zuijlen7,9,13,14,15
Afdelingen 1Brandwondencentrum, 2Intensive Care en 3Traumachirurgie, Maasstad Ziekenhuis, Rotterdam
Afdelingen 4Brandwondencentrum, 5Intensive Care en 6Traumachirurgie, Martini Ziekenhuis, Groningen
Afdelingen 7Brandwondencentrum, 8Intensive Care en 9Plastische Chirurgie, Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk
Afdelingen 10Maatschappelijke gezondheidszorg, 11Trauma Research Unit afdeling Heelkunde, Erasmus MC, Rotterdam
12Lectoraat Healthy aging, Allied health care and Nursing, Hanze Hogeschool, Groningen
13Afdelingen Plastische, reconstructieve en handchirurgie, Amsterdam UMC, Vrije Universiteit, Amsterdam
14Kinderchirurgisch Centrum,Emma Kinder Ziekenhuis, Amsterdam UMC, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam
15Amsterdam Movement Sciences (AMS) Instituut, Amsterdam UMC, Amsterdam
Correspondentie:
baarm@maasstadziekenhuis.nl
Organisatie van de brandwondenzorg in Nederland
Incidentie van brandwonden in Nederland
Het vóórkomen van brandwonden kan worden weergegeven in de vorm van een letselpiramide, met verschillende niveaus van ernst. De grootste groep van patiënten met lichte brandwonden wordt behandeld door de huisarts; in 2018 waren dit naar schatting 108.000 patiënten. In dat jaar bezochten ruim 3500 patiënten de SEH voor behandeling van brandwonden en werden 1365 patiënten opgenomen in het ziekenhuis. In totaal werden 760 patiënten daarvan opgenomen in een brandwondencentrum (BWC).[1] Cijfers uit 2022 laten enige variatie zien, met naar schatting 4200 SEH bezoeken, 1240 ziekenhuisopnamen en 840 BWC opnamen.[2] De Nederlandse sterftecijfers zijn laag: 3.2% van het totaal aantal opgenomen patiënten in de brandwondencentra (figuur 1).[3] Veel van de sterfte ten gevolge van brandwonden vindt plaats buiten de zorg, direct op de plaats van het ongeval, bij voorbeeld ten gevolge van huisbrand.

Figuur 1 Aantal patiënten met brandwonden per laag van de letselpiramide in 2018
In elk centrum wordt multidisciplinaire zorg geboden aan patiënten met brandwonden van alle leeftijden. De brandwondencentra hebben specifieke bouwkundige voorzieningen, zoals sluisverpleging en klimaatcontrole, waardoor zij optimaal zijn uitgerust voor de behandeling van kwetsbare brandwondpatiënten.
De behandelteams bestaan uit een brede groep van professionals zoals gespecialiseerd (IC) brandwondverpleegkundigen en brandwondenartsen, (trauma)chirurgen, kinderartsen, intensivisten, plastisch chirurgen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, diëtisten, pedagogisch medewerkers, medisch microbiologen, revalidatieartsen, geriaters, psychologen, psychiaters, en maatschappelijk werkers. Daarnaast heeft elk brandwondencentrum een opleidingsteam en een onderzoeks- en innovatieafdeling, waarmee de topklinische functie van de centra verder wordt vormgegeven.
Richtlijnen brandwondenzorg
Er zijn twee richtlijnen beschikbaar vanuit Brandwondenzorg Nederland. De richtlijn ‘Eerste opvang van brandwondenpatiënten in de acute fase (1ste 24 uur) van verbranding en verwijzing naar een brandwondencentrum’ is in 2014 opgesteld en in 2020 herzien.[6]
Daarnaast is in 2017 de richtlijn ‘Zorg voor patiënten met brandwonden’ ontwikkeld. Deze richtlijn is een vervolg op de eerste richtlijn en richt zich op de zorg inclusief nazorg.[7]
Voor advies en verwijzing voor opname in een brandwondencentrum zijn er verschillende criteria op basis van ernst, locatie, en omstandigheden (tabel 1). Als een slachtoffer met brandwonden aan een van de criteria voldoet, neemt men eerst contact op met een brandwondencentrum voordat overplaatsing kan plaatsvinden. Uiteraard kan er bij vragen ook buiten bovengenoemde indicaties contact opgenomen worden met de brandwondencentra.

Intensive care in de brandwondencentra
Volwassenen met meer dan 15% Totaal Verbrand Lichaamsoppervlak (TVLO) en kinderen met meer dan 10% TVLO hebben een verhoogd risico op overlijden door shock, multiorgaanfalen en sepsis.[8] Deze patiënten worden daarom opgenomen op de intensive care afdeling van de brandwondencentra, conform richtlijnen van de Emergency Management of Severe Burns (EMSB). Ook patiënten met inhalatieletsel worden op de IC opgenomen. Gemiddeld betreft dit jaarlijks 85 patiënten op de Intensive Care van de Nederlandse brandwondencentra.[4,5]
De volwassen IC-patiënten zijn vaak man, van middelbare leeftijd, met brandwonden ten gevolge van vlamverbrandingen. De grootste groep patiënten betreft patiënten met uitgebreide brandwonden met een langdurig beloop. Veel van deze patiënten worden beademd. Na de IC-periode worden patiënten verder behandeld op de algemene afdeling van het brandwondencentrum. Er is echter ook een grote groep patiënten met een korte IC-opnameduur, vaak enkele dagen. Deze korte opnames betreffen patiënten die snel na opname kunnen worden gedetubeerd of patiënten die na 1-2 dagen overgaan naar een palliatief beleid.
De case-mix van patiënten is op IC aanzienlijk veranderd vanaf 1987 tot heden. Het aandeel patiënten met ernstige brandwonden (TVLO ≥ 15%) is gedaald, van 85% in de periode 1986-1995 tot 49% in de periode van 2007-2016. De groep patiënten met inhalatieletsel in combinatie met kleine brandwonden (<15%) en de groep patiënten ‘ter observatie’ zijn juist gegroeid.[9]
Voor kinderen met brandwonden die voldoen aan de verwijscriteria geldt dat zij in principe worden opgevangen in een van de drie brandwondencentra. Afhankelijk van de ernst van de brandwonden en de conditie van het kind worden de kinderen behandeld in het brandwondencentrum of op de IC voor kinderen van een geaffilieerd UMC in nauwe samenwerking met de behandelteams uit de brandwondencentra die dan in de UMC’s in medebehandeling komen. De brandwondencentra hebben hiervoor een samenwerking met de nabij gelegen Pediatrische Intensive Care Units van de Universitair Medische Centra in Amsterdam, Groningen en Rotterdam waarvan de afspraken zijn vastgelegd in een convenant. Gemiddeld genomen hebben 6 kinderen per jaar een tijdelijke IC opname nodig. Een onderzoek over de periode van 2009-2022 laat zien dat het meestal jonge kinderen zijn (mediane leeftijd 2 jaar), vaak jongens (62,3%) met ernstige brandwonden of inhalatieletsel. Het mediaan TVLO is 18,9%, en varieert tussen de 0 en 60%. De meest voorkomende oorzaken zijn hete vloeistofverbrandingen, en vlam- en steekvlam verbrandingen. De opnameduur in het UMC is vaak kort, met een mediane opnameduur van 2 nachten en een mediane beademingsduur van twee dagen.[10] Tijdens deze fase wordt intensief samengewerkt en frequent overlegd met het team van het brandwondencentrum. Daarna worden de kinderen overgeplaatst naar de brandwondencentra voor verdere gespecialiseerde brandwondenzorg en nazorg.
Opleidingen in de brandwondenzorg
Vanuit Brandwondenzorg Nederland worden diverse opleidingen aangeboden. In de EMSB leren artsen en gespecialiseerde verpleegkundigen hoe ernstige brandwondenpatiënten volgens protocol worden opgevangen en behandeld.
De Opleiding Brandwonden Verpleegkunde (OBV) is een vervolgopleiding voor gediplomeerd verpleegkundigen die werkzaam zijn in een van de drie brandwondencentra. De OBV is erkend door het College Zorg Opleidingen (CZO). Het OBV-curriculum bestaat uit drie onderdelen: een Basis Acute Zorg deel (te volgen in de eigen regio), een OBV-kerndeel en een OBV-specifiek deel. Samen met de professional in opleiding (PIO) wordt een passend leerpad opgesteld, afhankelijk van eerder verworven competenties en/of al behaalde Entrustable Professional Activities (EPA’s). Ook de algemeen IC-verpleegkundige, met als vereiste dat hij/zij werkzaam is in één van de drie erkende brandwondencentra, kan één- of meerdere EPA’s binnen de OBV te volgen. Een specifieke EPA voor de IC-verpleegkundige is AZ-OBV-8: ‘Intensieve zorg verlenen door de IC-verpleegkundige aan de (beademde) zorgvrager met (brand)wonden’.
Daarnaast worden door de centra cursussen gegeven bijvoorbeeld aan ambulanceverpleegkundigen, huisartsen en praktijkondersteuners.
Onderzoek en registraties in de brandwondenzorg
De Nederlandse brandwondenzorg kent een sterk onderzoeksnetwerk, met in elk brandwondencentrum een eigen onderzoeks- en innovatieafdeling, en een preklinisch onderzoekslaboratorium in Beverwijk. Gezamenlijk draaien zij jaarlijks 20-30 onderzoeksprojecten, ondersteund door ruim 30 fte personeel waaronder 3 hoogleraren. In 2024 verschenen >40 peer-reviewed publicaties en 3 proefschriften. Onderzoek en innovatie binnen de brandwondenzorg vindt plaats in alle fasen van de zorgketen: van preventie en diagnostiek tot behandeling en nazorg. Deze integrale benadering draagt bij aan continue verbetering van uitkomsten en kwaliteit van leven voor patiënten met brandwonden.
De Nederlandse Brandwondenregistratie (NBR R3, sinds 2009) en de uitkomstenregistratie BORN (Burn centre Outcome Registry the Netherlands , sinds 2018) bevatten gegevens van meer dan 18.000 patiënten, wat grootschalige data-analyse en kwaliteitsonderzoek mogelijk maakt.
Ontwikkelingen in de IC zorg binnen de brandwondencentra
- Aandeel patiënten met ernstig brandwonden daalt, aandeel ander huidletsel, met name NWDI patiënten stijgt.
- Zorg voor slachtoffers van rampen en grootschalige ongevallen is van oudsher beschikbaar[11] en nu opnieuw actueel, met patiënten uit oorlogsgebieden zoals Syrië en Oekraïne. Sinds 2024 coördineert het Emergency Response Coordination Centre (ERCC) van de Europese Unie deze overplaatsingen, ook naar Nederland. Vanuit de brandwondencentra kunnen Brandwonden Triage Teams worden geformeerd die op locatie, ook in het buitenland, de triage van patiënten zouden kunnen uitvoeren.
- Er wordt gewerkt aan de verdere uitbouw van weerbare en veerkrachtige brandwondenzorg op basis van expertise, met overheid en samenwerkingspartners.
- Ontwikkelingen vanuit brandwondenzorg Nederland hebben wereldwijd impact gehad op de brandwondenzorg. Denk hierbij aan het gebruik van donorhuid, de Meek-techniek, selectieve darmcontaminatie en de POSAS (www.posas.nl).
- De toepassing van DenovoskinTM geweekte huidbehandeling
- De doorontwikkeling van de topklinische zorg, met de versterking van waardegedreven zorg, middels patiëntendashboard, keuzehulpen, en een speciaal nazorgprogramma.
De auteurs verklaren dat er geen sprake is van een belangenconflict. Er is geen financiering of financiële steun ontvangen
Referenties
- Spronk I, van Baar ME, Verheij RA, Panneman MJ, Dokter J, Polinder S, et al. The burden of disease of fatal and non-fatal burn injuries for the full spectrum of care in the Netherlands. Archives of public health = Archives belges de sante publique. 2023;81(1):3.
- Asscheman S, Katona K, van der Does H. Brandwonden 2022. SEH-bezoeken, ziekenhuisopnamen en overledenen. Amsterdam: VeiligheidNL, 2024.
- Dokter J, Felix M, Krijnen P, Vloemans JF, Baar ME, Tuinebreijer WE, et al. Mortality and causes of death of Dutch burn patients during the period 2006-2011. Burns. 2015;41(2):235-40.
- Werkgroep Nederlandse Brandwonden Registratie R3. Nederlandse Brandwonden Registratie R3. Jaarrapportage 2020 – 2021 – 2022. Beverwijk, Groningen, Rotterdam: Vereniging Samenwerkende Brandwondencentra Nederland, 2023.
- Werkgroep Nederlandse Brandwonden Registratie R3. Nederlandse brandwonden Registratie R3. Jaarrapportage 2023. Beverwijk, Groningen, Rotterdam: Vereniging Samenwerkende Brandwondencentra Nederland, 2024.
- Richtlijn ‘Eerste opvang van brandwondpatiënten in de acute fase (1ste 24 uur) van verbranding en verwijzing naar een brandwondencentrum’. Beverwijk: Brandwondenzorg Nederland, 2020.
- Richtlijn ‘Zorg voor patiënten met brandwonden’. Beverwijk: Nederlandse Brandwonden Stichting, 2017.
- The Education Committe of the Australian and New Zealand Burn Association. Emergency management of severe burns (EMSB) course manual, Dutch version. Dutch Burn Foundation, 2024.
- Gigengack RK, van Baar ME, Cleffken BI, Dokter J, van der Vlies CH. Burn intensive care treatment over the last 30 years: Improved survival and shift in case-mix. Burns. 2019;45(5):1057-65.
- Kemme FM, van den Berg EL, Meij-de Vries A, Gigengack RK, Cuijpers MD, van Baar ME, et al. Trends and epidemiology of children treated in specialized burn centers in the Netherlands between 2009 and 2022. European journal of pediatrics. 2025;184(1):114.
- Boxma H, Dokter J. Het brandwondencentrum bij het Zuiderziekenhuis in Rotterdam. In: Boxma H, Klasen H, editors. Topklinische brandwondenzorg in Nederland. Beverwijk: Nederlandse Brandwonden Stichting 2022. p. 101-16.