Samen vanaf dag één
Auteur(s):
tekst Stephan Papendorp
beeld Klaas Jukema
Affiliatie:
Afdeling Intensive Care, Rode Kruis Ziekenhuis, Beverwijk
Correspondentie:
s.papendorp@rkz.nl
Samen vanaf dag één
In de rubriek ‘Door een andere bril’ vragen we aan mensen van buiten de IC, die wel een duidelijke link hebben met ons specialisme, hoe zij tegen onze zorg aankijken.
Annabel Snoeks is een van de drie brandwondenartsen, opgeleid in het Rode Kruis Ziekenhuis, en maakt deel uit van het multidisciplinaire behandelteam binnen het Brandwondencentrum.
Tot enkele jaren geleden bevonden de algemene IC en de brandwonden-IC zich op gescheiden locaties binnen het ziekenhuis. Door grootschalige verbouwing en interne herinrichting zitten de afdelingen nu letterlijk boven op elkaar en dat heeft de samenwerking merkbaar versterkt.
Nog altijd leeft het beeld dat de behandeling van ernstig verbrande patiënten in de eerste fase vooral de verantwoordelijkheid is van intensivisten, en dat brandwondenartsen of (plastisch) chirurgen pas later in beeld komen. Maar dat klopt niet. Annabel Snoeks is juist vanaf het allereerste moment nauw betrokken.
“Veel mensen denken dat ons werk pas begint zodra het wondbed schoon is,” vertelt ze. “Maar juist in de acute fase wordt de basis gelegd. Dan gaat het niet alleen om overleving, maar ook om de toekomst: functiebehoud, mobiliteit, littekenvorming en psychisch herstel.”
De eerste fase van burnshock is vaak heftig en gebeurt er veel. Grote volumes vochtresuscitatie, beademing en andere vormen van orgaanondersteuning zijn noodzakelijk. Tegelijkertijd zijn directe chirurgische ingrepen, zoals escharotomieën, regelmatig onvermijdelijk om circulatie en ventilatie te waarborgen. Daarnaast wordt in toenemende mate in deze vroege fase al gebruikgemaakt van enzymatisch debridement met NexoBrid, om verbrand weefsel tijdig te verwijderen en het wondbed optimaal voor te bereiden op verdere behandeling.
Naast de medische en technische complexiteit spelen er ook steeds vaker morele en ethische dilemma’s. Door de sterk verbeterde overlevingskansen bij ernstige brandwonden ontstaan er nieuwe vragen.
“Wat we tegenwoordig al in de acute fase regelmatig tegenkomen,” zegt Annabel, “is de vraag of het opgelopen letsel, in combinatie met iemands voorgeschiedenis, nog verenigbaar is met een aanvaardbare kwaliteit van leven. Er kan sprake zijn van ernstige somatische comorbiditeit, maar vaker nog komt er pre-existent psychiatrisch lijden aan het licht – informatie die soms pas gaandeweg de opname duidelijk wordt.”
Juist dan is het essentieel dat het behandelteam gezamenlijk optrekt. Een kracht van het vak van brandwondenarts is de langdurige poliklinische follow-up: patiënten worden vaak nog jaren gezien. Die ervaring biedt waardevolle inzichten in het beloop en de functionele uitkomst.
“We hebben talloze voorbeelden van patiënten bij wie in de acute fase grote twijfel bestond over het voortzetten van de behandeling – vanwege somatische beperkingen, psychiatrische voorgeschiedenis of een beperkt sociaal vangnet – en die uiteindelijk toch goed herstelden. Die voorbeelden geven hoop, maar ook de plicht om zorgvuldig af te wegen.”
De meeste familiegesprekken, zeker in de eerste dagen, worden dan ook bewust samen met de intensivisten gevoerd. “Het helpt als we één lijn trekken, dezelfde taal spreken,” aldus Annabel. “Die gesprekken draaien om informatie-uitwisseling, verwachtingsmanagement en – waar mogelijk – gezamenlijke besluitvorming. Alleen door die afstemming kunnen we passende keuzes maken, die recht doen aan zowel de medische situatie als het perspectief van de patiënt en diens naasten.”
Beslissingen in deze fase zijn vaak moeilijk, en vragen soms om meer dan medische argumentatie alleen. In zulke gevallen is een moreel beraad onmisbaar om de juiste koers te bepalen. “Ook daarin betrekken we de familie actief,” besluit Annabel. “Want het gaat uiteindelijk om hún leven, hún verlies, en hopelijk: hún herstel.”
De samenwerking tussen intensivisten en brandwondenartsen is de afgelopen jaren verdiept, niet alleen op medisch-technisch vlak, maar juist ook in moreel en ethisch opzicht. Door nauwe afstemming in de acute fase ontstaat gezamenlijke regie over zowel de behandeling als de besluitvorming.